De Opkomst van AI


We schrijven 2025. Je komt op kantoor, gooit je jas over je stoel en voordat je je eerste slok cafeïnevrije havermelkflatwhite hebt genomen, begroet AI-Karel je al: “Goedemorgen! Je hebt drie meetings, 26 emails, en ik heb alvast de notulen van de vorige vergadering verbeterd.” Je lacht. Of eigenlijk: je grimlacht. Want diep vanbinnen weet je — deze AI doet jouw werk. Beter. Sneller. En zonder ooit te klagen over de printer.

De nieuwe collega die nooit ziek is

AI is niet langer dat vage concept uit sciencefiction. Het is je collega geworden. Of beter gezegd: je hele afdeling. Waar vroeger vijf mensen weken werkten aan een rapport, doet één AI dat nu in vijf minuten. Inclusief samenvatting, grafieken én een opgewekte afsluiting.

Je vraagt AI om een marktanalyse, en hij vraagt terug: “Wil je die in PowerPoint, of liever als interactieve holografische presentatie?”

Angst, acceptatie en automatisering

De eerste fase? Ontkenning. “Dat AI-gedoe is niks voor ons, wij doen alles nog lekker met Excel.” De tweede fase? Paniek. “AI heeft net mijn complete sales pitch verbeterd. En het is verdomd goed ook.”

Maar dan komt het besef: AI is geen bedreiging — het is een hulpmiddel. Net als je favoriete secretaresse uit 1998, maar dan met 24/7 beschikbaarheid en een veel beter geheugen. (Sorry, Trudy.)

Humor op de werkvloer

Tuurlijk, het blijft wennen. Vooral als je AI collega grappen probeert te maken: “Waarom deed de IT’er het uit met zijn AI? Ze gaf altijd hetzelfde antwoord.” (Oké, we werken nog aan de humor-module.)

Maar eerlijk is eerlijk: met AI verdwijnen de saaie, repetitieve taken. En komt er ruimte voor datgene waarin mensen wél uitblinken: creativiteit, empathie, en het drinken van koffie terwijl ze doen alsof ze druk zijn.

Tot slot

De opkomst van AI op kantoor is geen tsunami die alles wegvaagt. Het is eerder een espresso-shot voor je productiviteit — scherp, krachtig en soms net even te veel.

En het mooiste? Jij hoeft geen AI te zijn. Je hoeft het alleen slim te gebruiken. Zodat jij de mens blijft met het idee, en AI de stagiair die het uitwerkt. Zonder te klagen. Of vakantie te nemen.